Wil je echt iets veranderen? Ga terug naar je tienerbrein!

tienerbrein

Tieners worden vaak omschreven als ‘lui’, ‘rebels’ en er wordt ze zelfs verweten onlogisch en simple-minded te zijn. Allemaal door volwassenen natuurlijk. Terwijl alle volwassenen ooit zélf tieners waren.

Tóch zijn het juist de tieners van nu die de grootste drive hebben om dingen te veranderen. Bij zichzelf en bij anderen. Tieners die een wereldvisie hebben, waarvoor ze bereid zijn te vechten. In de hele historie staan tieners niet voor niks centraal in de meest iconische daden van moed. Denk aan Elizabeth Eckford (16), Hans Conrad Schumann (19) en Wang Weilin (19).

Tieners zijn (psychologisch én biologisch gezien) minder bang om risico’s te nemen. Dat komt omdat de prefrontale cortex, het gedeelte van het brein dat voor de ratio en het kritische denkvermogen staat, pas rond ons 25ste volledig ontwikkeld is. De amygdala, en in het bijzonder de nucleus accumbens, zijn veel actiever bij tieners. Deze hersendelen zitten ‘dieper’ weggestopt in ons brein; en zijn betrokken bij emoties en het verwerken van emotionele signalen. Maar ze zijn ook continu op zoek naar dopamine: een beloningsstofje (een neurotransmitter) die ervoor zorgt dat we ons tevreden en beloond voelen.

Als je in tienertijd zit ben je eigenlijk aan zelfrealisatie in je brein bezig. Naarmate je verandert worden die veranderingen ook ‘geregistreerd’ in je brein. En waar volwassenen tijdens coaching nog wel eens hard moeten werken om hun kritische denkvermogen (de ratio) te omzeilen om te kunnen veranderen, doen tieners dit dus van nature. Dat zit zo…

Wat doen tieners (en wat deden wij vroeger) dan anders? 

Het tienerbrein is nog volop in ontwikkeling. Van 0 tot 25 jaar groeit het brein en legt het neurale paden aan. Het vertoont ‘neuroplasticiteit’. Vóór onze tienertijd zit het brein namelijk nog vol met potentiële paden. Tijdens je tienerjaren worden de niet genomen paden worden geleidelijk aan ‘weggesnoeid’. Het tienerbrein heeft dus eigenlijk een soort van use it or lose it functie. De neuronen die je niet gebruikt verlies je. Maar als je denkt dat je daardoor minder slim wordt heb je het mis. Het brein ontwikkelt zich gewoonweg steeds gespecialiseerder. Het tienerbrein zit als het ware in een specialisatiefase.

Op dit punt in je leven, als tiener zijnde, zal de manier waarop je je neuronen gebruikt een blijvende invloed hebben op hoe ze zullen blijven functioneren naarmate je ouder wordt.

Maarja, hoé je die neuronen gebruikt als tiener is nog altijd aan jou. En we zien de gekste dingen voorbij komen. Want tieners doen vooral drie dingen.

1. Risico’s nemen

Ze nemen meer risico’s omdat hun kritische denken minder ontwikkeld is. Dat komt pas later. Dus alle opties afwegen en daar een verstandige keuze uit maken? Tieners zijn wat impulsiever daarin. Eerst doen (gestimuleerd door het achterste gedeelte van het brein) en dáárna pas denken.

2. Nieuwe ervaringen zoeken

Als volwassene ken je het fenomeen misschien wel: autorijden zal nooit meer zo voelen als de eerste keer in de auto. Een speciale aankoop zal nooit meer zo voelen als de eerste keer dat je iets speciaals kocht. En ook dansen zal nooit meer zo voelen als de eerste keer op een dans- of schoolfeest. Dat komt omdat er bij zulke ervaringen dopamine vrij komt (de neurotransmitter, maar ook “het gelukshormoon”). Dopamine voelt goed en  mede omdat de prefrontale cortex nog niet helemaal ontwikkeld is in je tienertijd, laat je je dus vooral leiden door je impulsiviteit. En die zoekt naar dopamine. Lees hier meer over dit stofje en waar het allemaal een rol bij speelt.

3. Relaties met leeftijdsgenoten

Tieners zijn enorm beloningsgericht. Én in je tienertijd vorm je een groter besef van zelfbewustzijn. We gaan het in deze levensfase belangrijker vinden hoe anderen ons zien. Ook omdat we – bewust of onbewust – op zoek zijn naar een ‘paringspartner’ om ons mee voort te planten. Als we klein zijn krijgen we nog vaak de boodschap mee dat we onszelf trouw moeten blijven, maar elke tiener ontdekt – op zijn of haar eigen manier – dat jezelf zijn vroeg of laat risico’s met zich meebrengt. En daardoor passen we ons langzamerhand aan, aan onze (directe) omgeving. En dan met name aan degenen waar we indruk op willen maken.

Ik zei vroeger altijd: “Ik verander voor niets of niemand, ik blijf trouw aan mezelf”, maar hoe je het ook wendt of keert: je directe omgeving heeft invloed op je persoonlijke vorming. Zéker als je nog maar een tiener bent.”

Wil je echt iets veranderen? Ga terug naar je tienerbrein!

Een tienerbrein staat veel meer open voor verandering. Maar daar naartoe ‘terug gaan’ kan biologisch gezien niet. Na je 25ste is je brein namelijk volledig ontwikkeld qua grijze en witte massa. Het is nu anders – het werkt nu anders – dan dat je tienerbrein ‘vroeger’ deed. En je prefrontale cortex (je ratio, je kritische denkvermogen) is inmiddels ook volledig ontwikkeld als volwassene. Dat betekent dat je minder impulsief bent en meer nadenkt over de kansen, risico’s en bedreigingen vóórdat je iets doet. PLUS dat je specialisatiefase achter de rug is. Jij hebt in je jongere jaren een heel neuraal netwerk van verbindingen in je brein gebouwd. En die zorgen nu voor joúw unieke denk- en gedragspatronen.

Lees ook dit artikel daar eens over:
Hoe je gedrag veranderen met coaching vaak veel sneller gaat

Wil je iets veranderen als volwassene, dan zul je bestaande neurale paden (‘verbindingen’) moeten doorbreken. En nieuwe moeten aanleggen. Dat is hard werken. Vergelijk het met wegwerkzaamheden. Die duren vaak ook een langere periode.

Veel van je bestaande neurale netwerk ligt echter opgeslagen in je onderbewustzijn. Het woord zegt het al: je bent je er dus niet bewust van. En gezien je neurale netwerk het grootste gedeelte van je denk- en gedragspatronen verzorgt, mag je er vanuit gaan dat je het grootste gedeelte van je denk- en gedragspatronen dus onbewust doet.

Wat je eigenlijk wilt als je wilt veranderen, is dit doorbreken en nieuwe ‘specialisaties’ (nieuwe neurale paden) aanbrengen in je brein. Daarvoor moet je – psychologisch gezien – terug naar je tienerbrein. Dat doe je aan de hand van je prefrontale cortex. Deze kun je zien als ‘het besturingssysteem’ van je brein. Een soort muis en toetsenbord van je eigen computer – in je hoofd. Aan de hand van je prefrontale cortex kun je je brein ‘opdrachten’ geven door bewuste keuzes te maken.

Het lastige gedeelte daarvan is alleen dat je computer – in je hoofd – veel sterker is en veel meer energie heeft dan je muis en je toetsenbord. De verdeling is zo’n 95%  tegenover 5%, als je wetenschappers en psychologen mag geloven.

Hoe meer bewuste keuzes jij op een dag maakt, hoe minder energie (of eigenlijk: wilskracht) je aan het einde van de dag nog hebt.

Lees ook:
“F*CK! Ik haat gezond eten”

Ik stoei daar zelf enorm mee in mijn dieet – en ik denk velen met mij.

Stel even dat ik in een week 1,5 kilo af wil vallen en daar bestaande en automatische denk- en gedragspatronen voor moet doorbreken. Daar moet ik mijn prefrontale cortex voor gebruiken. Ik kan niet op de automatische piloot opstaan en doen wat ik altijd deed (en wat me bij het behalen van mijn doel nu dus niet dient). Ik moet bewust iets anders doen. Stel nu even dat ik daar eerder al advies voor heb ingewonnen. En ik wil er nu mee aan de slag.

Als ik dan opsta en ik moet keuzes maken over wat voor kleding ik aan moet trekken naar het werk; ik moet keuzes maken over wel of niet in de file rijden of te laat komen; ik moet keuzes maken om een vergadering nog halverwege binnen te vallen of niet; ik moet keuzes maken over wat ik die dag nog aan werkzaamheden weg moet tikken (zonder overzichtelijk to do lijstje) en ik moet keuzes maken over wel of niet ‘s avonds bij mijn ouders langs te gaan. Als ik dat állemaal moet afwegen, hoeveel energie en wilskracht denk je dan dat ik heb om voor gezonder eten te kiezen i.p.v. mijn automatische denk- en gedragspatronen (“ik bestel wel even iets van thuisbezorgd” of “ik koop even een snoepreep bij het tankstation”).

Ik denk dat er niet veel wilskracht over is, toch?

"Where focus goes, energy flows."

Om te kunnen veranderen moet je dus twee dingen doen:

  1. Terug gaan naar je tienerbrein: je onderbewustzijn, en daar een ‘duik’ in nemen
  2. Je prefrontale cortex (je ratio, je kritische denkvermogen) spaarzaam gebruiken om bewuste keuzes te maken die jou dichter bij je doel gaan brenge

Wil je hier meer over weten? Plan eens gratis – en vrijblijvend – een adviescall in.

Geef een antwoord

*