Wie is Merin?

Dochter. Familiemens. Partner. Communicatieadviseur. Marketeer. Coach. Birkman Professional. Auteur. Hypnotiseur. Ik heb verschillende rollen in dit leven, maar wie ben ik écht – diep van binnen? Ik omschrijf mezelf het liefst als een spiritueel wezen met een menselijke ervaring en een nuchtere kijk op het leven.

Ik ben de oudste dochter van een middenstandsgezin met twee kinderen (ik heb één zusje). Mijn ouders hebben ons liefdevol opgevoed en leerde ons om zelfredzaam te zijn. Én, misschien nog wel belangrijker: ze leerden ons dat familie belangrijk is. En dat het goed is voor je medemens te zorgen. Ondanks dat ik atheïstisch ben opgevoed (niemand had echt iets met religie bij ons thuis) kreeg ik ook vooral deze gulden leefregel mee: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet.” Dat heeft me grotendeels gevormd tot wie ik ben. Tegelijkertijd gingen mijn ouders tot grote lengtes om mijn zusje en mij een heerlijke jeugd te geven – en dat is ze gelukt.

Op mijn 13e had ik mijn eerste baan(tje). En ik heb daarna nog van vele soorten werk ‘geproefd’. Ik heb me nooit écht vast kunnen leggen op 1 beroep op functie, omdat ik altijd al snel weer vooruit wilde. Ik wilde door. Ik wilde allesbehalve té lang op 1 plek blijven. Terwijl ik toch ook altijd wel intens dankbaar was voor die plek en het moment waarin ik me dan bevond.

Ik woon in Dordrecht en ik hou van schrijven, fotograferen en reizen (vandaar ook mijn hobby, een reis- en lifestyle blog met de naam Black & Blonde). Ik ben al sinds 2018 gelukkig samen met mijn partner uit Afghanistan: lange tijd ‘een vluchteling’ en ‘een asielzoeker’, maar sinds februari 2022 heeft hij eindelijk een verblijfsvergunning gekregen na een slopend traject van 7 jaar. Nu bouwen we samen aan onze toekomst.

WIJ zijn de creators van onze eigen werkelijkheid. Dat geloof ik voor mezelf, maar ook voor jou – en vele anderen.

Who looks outside, dreams; who looks inside, awakes.

Carl Jung.

Veelgestelde vragen
Vragen die mensen regelmatig aan me stellen…

Of ik nu wél iets heb met geloof in de vorm van religie?

Ik ben tussen mijn geboorte en mijn 30ste atheïst geweest met een sterke afkeer van religie in de vorm van kerken en dominees, en moskee’s en imams, omdat ik er – persoonlijk – een hekel aan heb dat anderen me vertellen wat ik moét doen en als anderen hun waarheid op mij drukken. Sinds na mijn 30ste ben ik wel flink wat spiritueler geworden, maar… ik ben nog steeds géén fan van een religie aanhangen. Toch hebben religies ook iets moois in zich, in de zin van gemeenschapsverbinding en het uiten van geloof. Maar geloof staat voor mij absoluut niet gelijk aan het volgen van een religie die wordt vertolkt in de zin van culturele regels, zoals bijvoorbeeld “geen televisie op zondag” of “geen seks voor het huwelijk”. Ik geloof daarentegen wél in natuurkundige, of zelfs spirituele regels (“of wetten”), omdat ik daar keer op keer het bewijs van heb ervaren. Maar die laatste verplichten je niks, ze gidsen je alleen.

Culturele regels vertolkt door – bijvoorbeeld – een priester of een imam, die kan ik niet zo goed handlen. Mensen die dit blindelings volgen ook niet. Daarmee geef je je autonomie uit handen. Mensen zijn helemaal niet gemaakt om blindelings te volgen. We zijn onafhankelijke wezens die met ons eigen geloof onze eigen werkelijkheid realiseren. En zodra je zomaar iets gelooft, omdat een ander dat gelooft, geef je daarmee je autonomie uit handen. Dat brengt me ook terug bij de natuurkunde en de laatste ontdekkingen hierin: slechts 4% in dit universum is tastbare materie (bron: The 4% Universe, Richard Panek). De rest van onze werkelijkheid wordt gevormd door onze gedachten en datgene wat we kiezen te geloven.

Dus heb ik iets met religie? Nee, niet in de culturele zin van het woord. Heb ik iets met geloof? Ja, in de zin van dat geloof iemand kan helpen zichzelf en anderen te bekrachtigen. En ík geloof dat al het geloof in de wereld zich als energie uit. Maar dat is pseudowetenschap ;).

Ps. Ik vind overigens niet dat priesters en imams allemaal ‘slecht’ zijn. Ik vind alleen dat ze mensen vóóral moeten helpen en gidsen in het vormen van een eigen interpretatie van religieuze geschriften, in plaats van bepaalde culturele interpretaties ‘op te drukken’ en daarin volgelingen te creëren. Om het in religieuze termen te houden: ik zie het vormen van macht over anderen (om volgelingen van ze te maken) als duivelswerk. Alles moet een vrijwillige keuze blijven die gemaakt zou moeten worden vanuit de autonomie van een individu.

Hoe het komt dat ik zo’n interesse heb in onderwerpen als nlp, hypnose, spiritualiteit, kwantumfysica en epigenetica?

Dat komt door een aantal dingen, denk ik. Ik heb toen ik klein was (3-14 jaar) een aantal onverklaarbare ervaringen gehad. In mijn twintigerjaren ben ik vervolgens al heel vroeg vastgelopen in alle vlakken van mijn leven, waardoor ik me meer en meer begon te interesseren in persoonlijke ontwikkeling. En ik hou er enorm van om complexe zaken en onderwerpen te onderzoeken en vervolgens versimpelt en helder aan anderen uit te leggen. Ik ‘zie’ ook altijd de grotere verbanden. En ik geloof in het bovennatuurlijke, maar toch eigenlijk ook weer niet – dus ik ben zo’n persoon die dan alles tot aan het naadje uitzoekt. Ik geloof echt dat overal een verklaring voor is, ook al is deze nog niet altijd helemaal wetenschappelijk te bewijzen. Maar de wetenschap loopt per definitie altijd achter de feiten aan, dus ach. 😉

Of ik hoogsensitief ben?

Als je kijkt naar hoe hoogsensitiviteit gedefinieerd wordt (wil zich bij drukte op een gegeven moment afzonderen, empathisch/ziet het belang van anderen, merkt subtiele details op, houdt vaak niet van enge verhalen of beelden, creatief/legt nieuwe verbanden, wil van tevoren graag weten wat er gebeurt) dan herken ik me daar sterk in.

Maar ik voer dit label niet. Waarom? Omdat hoogsensitieve mensen nog steeds allemaal anders zijn en zo’n label generaliserend werkt. Het gaat voorbij aan de uniekheid van elk individueel persoon. De ene hoogsensitieve persoon is de andere niet. Dus ik noem mezelf niet hoogsensitief of HSP’er. Nee.

Wat ik vind van racisme en discriminatie?

Racisme is een vorm van discriminatie. En ik denk dat discriminatie een tweeledig probleem is. Aan de ene kant heb je institutionele discriminatie, wat wel degelijk een ding is in onze maatschappij. Aan de andere kant heb je het geloof ‘gediscrimineerd’ te worden in de hoofden van mensen. Maar wat is discriminatie nu precies? Discriminatie wordt door het College voor de Rechten van de Mens uitgelegd als: “Discriminatie is mensen anders behandelen, achterstellen of uitsluiten op basis van (persoonlijke) kenmerken. Deze kenmerken worden discriminatiegronden genoemd.”

Bij mij staat ‘anders behandelen’ vaker gelijk aan minachting dan aan ophemeling (hoewel er ook sprake kan zijn van positieve discriminatie). Maar laat ik me even beperken tot discriminatie op basis van minachting – daar waar de grootste pijn zit. 

In dat geval heb je:

  • De onderdrukkers
  • En het geloof onderdrukt te worden

Het probleem met die laatste vind ik dat er ook een ‘zaadje’ bij mensen geplant kan waardoor dit geloof wordt versterkt. Het geloof kan gemanipuleerd worden. En tegenwoordig hebben we bijna allemaal wel (latente, sluimerende) gevoelens van onderdrukking. Akwasi wakkerde de black lives matter issues aan in Nederland. Maar als daar een zwaarlijvige vrouw had gestaan met obesitas, die zou zeggen dat zwaarlijvige vrouwen in deze maatschappij gediscrimineerd worden, had dit evengoed net zo’n sterk maatschappelijk effect gehad. Of als er iemand met het syndroom van down had gestaan; of iemand uit de LHBTIQ+ gemeenschap; of een ‘witte’ introverte man… nouja, je snapt m’n punt.

Als je op zoek gaat naar verandering wanneer JIJ je gediscrimineerd voelt is het altijd de vraag: geef je een woedende en strijdende boodschap af? Of geef je een boodschap af dat je vanuit liefde en verbinding op zoek wilt naar een gezamenlijke oplossing? En creëer je een groter draagvlak dan jezelf en de mogelijke gelijkgestemde groep die zich gediscrimineerd voelt? Pas in dat laatste geval vergroot je je kansen op daadwerkelijke verandering.

Daarom ben ik ook geen fan van Akwasi. Hij lijkt niet te zoeken naar een groter draagvlak. Hij lijkt met zijn woorden vooral te willen ‘raken’, alsof hij in een schietspel zit. Hij kiest met zijn woorden er vooral voor om nóg meer polarisering te veroorzaken. Akwasi kiest zijn woorden regelmatig vanuit woede en haat, en dat verspreid hij vervolgens onder anderen. Dat is negatieve energie die daarmee groeit, en vervolgens weer andere negatieve energie oproept. Beeldspraak of niet, ik vraag me – oprecht – af wat hij hiermee wilt bereiken. 

Vreedzame demonstraties met een steeds groter groeiend draagvlak werken nog altijd beter voor échte verandering (kijk naar Ghandi). En nog beter: wie direct verandering wilt moet de verandering zijn. Onafhankelijk. Autonoom. En vastberaden.

Vaak hoor je dan de discussie over gelijke kansen. NIEMAND heeft gelijke kansen in het leven, want het leven – verloopt – voor iedereen anders. “Life is not happening to you, it is happening for you”. Het leven werpt je van alles op je pad om je te helpen groeien. Het is aan jou wat je daarmee doet en hoe je erop reageert. Dus die discussie over gelijke kansen is klinkklare onzin. Maar iedereen zou wel altijd gelijke rechten moeten hebben. Dat vind ik dus ook een beter onderwerp om op te focussen.

Hoe ik mijn relatie met cultuurverschillen ervaar?

Die vraag krijg ik regelmatig, omdat mijn partner uit Afghanistan komt.

Alles wat cultuur is, is relatief: je moet het bezien in relatie tot iets anders. En cultuur is subjectief: het wordt vanuit een persoonlijk oogpunt beoordeeld of bezien. Cultuur is dus géén absolute werkelijkheid. Het is flexibel en wendbaar.

In een relatie heb je altijd twee mensen die ervoor kiezen om bij elkaar te zijn. De vraag is: hoe toegewijd ben – en blijf je – aan die keuze? Hoeveel ben je, allebei, bereid te doen om bij elkaar te blijven? Geven en nemen. Zónder daarin jezelf te verliezen. Dat is een balanceer act. En tegelijkertijd houdt dat je relatie ook spannend. Als het gaat om cultuur is het ook de vraag: wat wil je van je eigen cultuur houden en wat kun je eventueel lozen? En waar laat jij ruimte ontstaan voor nieuwe ideeën? Waarom zou je mooie dingen als het Suikerfeest, Pasen, Kerst, et cetera, niet (vrijblijvend!) met elkaar willen delen? Geluk vermenigvuldigt zich immers alleen maar als je het deelt. 

Ik denk dat dit niet alleen iets is waar een interculturele relatie mee te maken krijgt, maar waar iedere relatie in zekere zin mee te maken heeft. Één van de belangrijkste dingen, vind ik, is: jezelf kunnen verplaatsen in de ander. En als je dat (nog) niet kunt, vraag dan gewoon aan je partner: “Waarom is dit zo belangrijk voor je?” En: “Waar zouden we elkaar in tegemoet kunnen komen?”

Communicatie. Met elkaar blijven praten. En de wil om voor die ander te blijven werken. Dat is waar relaties op bouwen óf op breken.

Heb jij een vraag aan mij die je graag beantwoord ziet? Stel hem dan via hallo@merindedoes.nl.